verkregen door
Recently Published Documents


TOTAL DOCUMENTS

13
(FIVE YEARS 0)

H-INDEX

1
(FIVE YEARS 0)

2020 ◽  
Vol 89 (1) ◽  
Author(s):  
A. Heldens ◽  
T. Roggeman ◽  
I. Polis
Keyword(s):  

Obesitas is een belangrijk probleem in de diergeneeskunde. Aangezien obesitas niet enkel een opstapeling van vet is maar ook belangrijke cardiovasculaire en respiratoire implicaties heeft, kan dit het verloop van de anesthesie sterk beïnvloeden bij de betrokken patiënten. Bovendien kan obesitas een onderliggende oorzaak hebben of leiden tot gerelateerde aandoeningen die op hun beurt de anesthesie compliceren. Tot slot leidt obesitas ook tot veranderingen in de farmacokinetiek en -dynamiek, van onder andere anesthetica. Deze veranderingen vereisen dosisaanpassingen, afhankelijk van het anestheticum. In de diergeneeskunde is de beschikbare informatie hierover echter zeer beperkt en wordt ze daarom grotendeels verkregen door extrapolatie uit de humane geneeskunde. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de pathofysiologische en farmacologische veranderingen bij obese dieren waarmee rekening gehouden moet worden tijdens de anesthesie.



KWALON ◽  
2013 ◽  
Vol 18 (2) ◽  
Author(s):  
Jeanine Evers

De observatie dat het denken van studenten doordesemd is van het empirisch-analytisch/postpositivistisch gedachtegoed en dat kwalitatieve onderzoeksmethoden onvoldoende beklijven, herken ik ook uit mijn eigen onderwijspraktijk. Ik zal in het navolgende proberen na te gaan wat daarop naar mijn idee van invloed is.Allereerst is kwalitatief onderzoek complexer dan menigeen denkt. Dit heeft veel te maken met het gegeven dat de kwalitatieve onderzoeker zijn eigen onderzoeksinstrument is. Daardoor is kwalitatief onderzoek doen niet alleen een technisch trucje, zoals sommigen ons willen doen geloven, maar daarnaast, en misschien zelfs bovenal, een attitudekwestie. Voor goed kwalitatief onderzoek moet je jezelf (in de zin van vooronderstellingen, vooroordelen en oordelen) overstijgen, en dat is een kwestie van veel oefenen, reflecteren en lange adem. Dat leer je niet in een korte cursus, maar kost jaren van oefenen, vallen, weer opstaan, reflecteren en doorgaan. Dit brengt me vanzelf bij de tweede overweging.In het methodeonderwijs aan universiteiten en hogescholen wordt over het algemeen veel meer tijd besteed aan kwantificerend onderzoek dan aan kwalitatief onderzoek. Dat varieert een beetje met de richting waarin men studeert, maar de trend is duidelijk: het onderwijs in kwantificerende methoden is dominant. Je zou kunnen zeggen dat deze trend de vorige overweging rond de onderzoeker als instrument alleen maar versterkt. Waar je juist meer tijd nodig zou hebben om je kennis en kunde door oefening te vergroten, krijg je per saldo veel minder tijd, dus dat helpt zeker niet om het geleerde te laten beklijven.Daarnaast speelt ook wat ik de ‘versimpeling van het onderwijs’ zou willen noemen. Het onderwijs wordt steeds meer ingericht in de vorm van hapklare brokken die passen in voorgestructureerde tijdseenheden. De boodschap wordt daarmee aangepast aan de curriculumorganisatie in plaats van andersom. Dit versterkt het idee dat methoden simpele trucjes zijn die iedereen kan leren en dat je lesmateriaal vooral een soort ‘recept’ moet zijn. Hierdoor verarmt het beroep op de denkcapaciteit van de ontvanger, waardoor deze meer en meer van een docent verwacht dat hij het denkwerk overneemt en een kant-en-klaar recept aanlevert voor goed onderzoek.Dat is extra problematisch omdat het niet alleen indruist tegen de mores van wetenschappelijk onderzoek in het algemeen, maar ook tegen de specifieke natuur van kwalitatief onderzoek. Er is van tevoren geen ‘weg’ te bepalen die gewoon afgewandeld kan worden. Het prikkelende van kwalitatief onderzoek is nu juist dat vraagstelling en onderzoeksopzet onderweg nog (en soms ingrijpend) kunnen wijzigen door voortschrijdend inzicht dat wordt verkregen door die typische kwaliteit dat je de respondenten maximaal wilt horen en zien, en dat de dataverzameling en -analyse (idealiter) in verschillende iteraties worden uitgevoerd. Uiteraard laat dit onverlet dat er – ook in kwalitatief onderzoek – voldoende tijd moet worden gestoken in een degelijk en doordacht onderzoeksontwerp.Deze onzekerheid is meer dan velen kunnen hanteren, en zeker voor studenten is dat een lastig probleem. Zij willen een eenduidig advies: zó moet je het doen en niet anders. De gedachte dat er wel regels zijn, maar dat je in de context van de situatie moet handelen, is aan hen nog niet besteed. Dit maakt onderwijs in kwalitatieve onderzoeksmethoden lastig, want het hanteren van die onzekerheid is volgens mij een wezenlijk onderdeel van het metier van een kwalitatieve onderzoeker. In deze overgereguleerde maatschappij, waar de illusie heerst dat je alles kunt controleren, voor zijn of afwenden, is dat echter een ‘onwelkome boodschap’.Tot slot nog een laatste overweging. Over het algemeen is methodeonderwijs bij studenten niet erg populair; zij kiezen voor een studie vanwege de inhoud en ambiëren maar zeer beperkt een onderzoekscarrière. Dat maakt methodeonderwijs extra lastig, alhoewel dit mogelijk voor kwalitatief onderzoek wat makkelijker ligt dan voor bijvoorbeeld een vak als statistiek.



KWALON ◽  
2010 ◽  
Vol 15 (1) ◽  
Author(s):  
Frank van Gemert ◽  
Rutger Visser ◽  
Deanna Dadusc
Keyword(s):  

In tegenstelling tot andere Europese landen is kraken in Nederland niet verboden. Dat wil zeggen, eind 2009 is er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een wetsvoorstel dat kraken zal verbieden, maar op het moment dat we dit schrijven moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan met dat voorstel. Het ongewenst in gebruik nemen van andermans woning en het bestrijden van leegstand zijn vaste elementen in de discussie rond deze wet in wording. Daarnaast is de laatste jaren ook vaak gesproken over een toename van geweld en over de rol die buitenlanders spelen in de kraakbeweging. Aan de Vrije Universiteit is in de loop van 2009 een onderzoek uitgevoerd met het doel een actueel beeld te geven van de kraakscene in Amsterdam (Van Gemert et al., 2010). Belangrijke aandachtsgebieden waren de achtergronden van krakers, hun motieven, hun betrokkenheid bij andere sociale bewegingen en de organisatie van de kraakbeweging. Om dit te achterhalen is (beperkt) literatuur bestudeerd en een reeks interviews gehouden met mensen van politie, Openbaar Ministerie, gemeente Amsterdam en met een aantal krakers. Zicht op wat zich afspeelt binnen de kraakscene, is vooral verkregen door middel van participerende observatie.



Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document