veel minder
Recently Published Documents


TOTAL DOCUMENTS

24
(FIVE YEARS 1)

H-INDEX

1
(FIVE YEARS 0)

De Cardioloog ◽  
2021 ◽  
Vol 5 (6) ◽  
pp. 27-27
Author(s):  
Isabelle Pirson
Keyword(s):  


2020 ◽  
Vol 94 (11/12) ◽  
pp. 447-460
Author(s):  
Jan Backhuijs ◽  
Renick van Oosterbosch ◽  
Leo van der Tas
Keyword(s):  

Dit artikel onderzoekt effecten van de eerste toepassing van IFRS 16 op informatie gerelateerd aan leases in jaarrekeningen over 2019 bij lessees. IFRS 16 vereist meer informatie over leases waarvan een groot deel dikwijls wordt gegeven. Een ander deel echter, met name over toekomstige leasebetalingen, veel minder. Ook over gevolgen van door de invoering van IFRS 16 veranderde cijfers in de jaarrekening op impairment testing, alternatieve prestatiemaatstaven en bestuurdersbeloningen treffen we (heel) weinig informatie aan. Vaker besteden de controleverklaringen van de accountant bij de jaarrekening aandacht aan de invoering van IFRS 16. De grondslag voor verwerking van latente belastingposities als gevolg van IFRS 16 wordt weinig vermeld, is uiteenlopend en wacht op de aangekondigde regelgeving.



2020 ◽  
Vol 94 (9/10) ◽  
pp. 379-389
Author(s):  
Robbert Nuhn ◽  
René Doff

Per 1 januari 2016 moeten verzekeraars uit hoofde van Solvency II een Own Risk & Solvency Assessment (ORSA) maken waarin zij met scenario’s en stresstesten de belangrijkste risico’s analyseren. Dit artikel beschrijft een onderzoek naar hoe verzekeraars scenario’s en stresstesten toepassen. Aan de hand van de literatuur zijn duidelijke processtappen en succescriteria voor het gebruik van scenario’s te onderscheiden. Dit proces wordt overwegend goed gevolgd door verzekeraars en het bestuur is goed betrokken op verschillende manieren. Dat geldt niet voor alle zogenoemde sleutelfuncties: met name de functies interne audit en compliance zijn veel minder betrokken dan bijvoorbeeld de risicomanagement-functie. De tijdshorizon die verzekeraars gebruiken voor hun langetermijnprognose is over het algemeen drie tot vijf jaar, maar er zijn ook verzekeraars die langere termijnen hanteren. Uit onze analyse blijkt dat verzekeraars veel meer leunen op stresstesten dan op scenario’s. Deze laatste worden in de praktijk nauwelijks toegepast in ORSA. Dit is een gemis voor de effectiviteit van ORSA. Wij constateren tot slot dat het feit dat toezichthouders meekijken een mogelijk systeemrisico creëert en dat is vanuit toezichtsperspectief juist onwenselijk.



2020 ◽  
Vol 18 (3) ◽  
pp. 14-17
Author(s):  
Olaf Schijns ◽  
Peter Koehler

Adolf Meyer is alom bekend als grondlegger van de Noord-Amerikaanse psychiatrie en tevens hoogleraar/directeur van het eerste universiteitsziekenhuis voor psychiatrie aan het Johns Hopkins instituut in Baltimore. Veel minder bekend is zijn levenslange diepgaande interesse in de neuroanatomie en zijn niet-aflatende inzet om deze te delen met medisch studenten.



2016 ◽  
Vol 75 (4) ◽  
pp. 293-313
Author(s):  
Jos Monballyu

Tijdens een debat in de Kamer van volksvertegenwoordigers over amnestie voor incivieken tijdens de Eerste Wereldoorlog zette Frans Van Cauwelaert op 25 januari 1921 in het lang en het breed uiteen waarom volgens hem de recente strafrechtelijke repressie van het Vlaamse activisme tijdens de oorlog mislukt was. Om die stelling te staven, deed hij een beroep op meerdere gegevens die hij verkregen had van bevriende advocaten en ook op zijn eigen ervaringen als advocaat. Tussen juni 1918 en december 1920 verdedigde hij immers zeventien personen die wegens activisme voor een krijgsraad, het krijgshof of een Hof van Assisen terecht stonden. Sommige van hen waren daarbij aan het Belgische front, anderen in het bezette gebied en nog anderen in de Duitse krijgsgevangenenkampen werkzaam geweest. Van Cauwelaert had in deze processen niet altijd succes en viel daarbij ook niet op door zijn spitsvondige of vernieuwende juridische standpunten. Hij slaagde er met deze processen wel in om zijn kiezerspubliek uit de Antwerpse Kempen tevreden te stellen alsook in de rest van Vlaanderen bekend te geraken als de grote verdediger van diegenen die, ondanks de oproep van de Koning om de taalstrijd tijdens de oorlog te laten rusten, toch waren doorgegaan met het opeisen van meer rechten voor de Vlamingen. Meteen slaagde hij erin om zijn Vlaams blazoen wat op te poetsen dat geleden had onder het feit dat hij in het begin van de oorlog naar het buitenland was gevlucht en hierdoor veel minder onder de oorlog had geleden dan diegenen die aan het front hadden gestreden, in het bezette gebied de Duitse dictatuur hadden ondergaan of in een Duits krijgsgevangenenkamp veel hadden ontbeerd.________Frans Van Cauwelaert as attorney in criminal proceedings against Flemish ActivistsDuring a debate in the Chamber of Representatives concerning amnesty for disloyal persons during the First World War, Frans Van Cauwelaert spoke at length on why, according to him, the recent judicial punishment of Flemish Activism during the war had failed. To back this argument up, he drew on several facts that he gathered from lawyers who were friends of his, and also from his own experiences as an attorney. Between June 1918 and December 1920 he defended seventeen persons who stood before a court martial, an appellate court martial or the Court of Assizes on account of Activism. Some of them had been involved with Activism at the front, some in the occupied territory and yet others in German prisoner-of-war camps. Van Cauwelaert was not always successful in these proceedings, and did not stand out on account of any clever or novel legal positions. He did however manage to please his voting constituency from the Campine area around Antwerp, as well as to become known in the rest of Flanders as the great defender of those who, despite the call from the King to leave the language struggle alone during the war, nevertheless went ahead in demanding more rights for Flemings. At the same time, he was able to shore up his Flemish bona fides, which had previously come up short on account of the fact that he had fled abroad at the beginning of the war and therefore had suffered much less than had those who had fought on the front, experienced the German dictatorship in the occupied territory or undergone deprivation in a German prisoner-of-war camp.



2015 ◽  
Vol 74 (3) ◽  
pp. 199-217
Author(s):  
Gita Deneckere

Tweehonderd jaar na het ontstaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 bepaalt de communautaire breuklijn in sterke mate de politieke actualiteit in België. Vanuit een  achterafperspectief lijkt de mislukte staat van Willem I vooral voor de positie van het Nederlands in het in 1830 afgescheurde België een mislukte kans. In deze review van de recente historiografie over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden wordt gefocust op de vraag naar de taalpolitiek als instrument van natiebouw en natievorming. Een eerste vaststelling is dat de taalpolitiek van Willem I meer belangstelling van taal- en letterkundigen krijgt dan van historici. Het accent ligt hierbij vooral op de taalpraktijken en de sociolinguïstische impact van het taalbeleid. Een tweede vaststelling is dat niettegenstaande de hoge vlucht van de transnationale geschiedenis een geïntegreerde historische kijk op Nederland én België in de recente historiografie veel minder nagestreefd wordt dan twee decennia geleden. Uit de vergelijking van recent biografisch onderzoek naar Willem I en Leopold kan ten derde worden afgeleid dat behalve hun persoonlijke geschiedenis ook het generatieverschil tussen beide vorsten een rol heeft gespeeld in de romantische gevoeligheid van de koning der Belgen, althans in zijn discours, voor het taalnationalisme van de Vlaamse beweging, terwijl bij Willem I het staatsnationalisme primeerde op elke consideratie voor culturele minderheden in de eenheidsstaat die hij trachtte te creëren. Het recente onderzoek bevestigt tenslotte dat Willems taalpolitiek in de Vlaamse noch in de Waalse provincies een centrale splijtzwam was in de desintegratie.________The language policy during the reign of William I and Leopold I: a review of recent historical research Two hundred years after the creation of the United Kingdom of the Netherlands in 1815 the current political situation in Belgium is for a large part determined by the community fault line. With hindsight the failed state of William I appears to be in particular a missed opportunity for the position of the Dutch language in Belgium that was split off from the Netherlands in 1830. This review of the recent historiography about the United Kingdom of the Netherlands focuses on the question of language policy as an instrument in nation building and nation formation. The first conclusion is that the language policy of William I receives more attention from linguists and literary experts than from historians. The emphasis is mostly on the language practices and the sociolinguistic impact of the language policy. The second conclusion is that in spite of the rapid increase in transnational history far less of an effort is made in the recent historiography to achieve an integrated historical view of the Netherlands and Belgium than two decades ago. Thirdly, from the comparison of recent biographical research into William I and Leopold it may be deduced that in addition to their personal history the generational difference between both sovereigns has also played a role in the romantic sensitivity of the King of the Belgians, at least in his discourse, about the language nationalism of the Flemish movement, while in the case of William I state nationalism was given priority over any consideration for cultural minorities in the unitary state he was trying to create. Finally, recent research confirms that William’s language policy was not a divisive issue in the disintegration either in the Flemish or in the Walloon provinces.



2015 ◽  
Vol 44 (4_5) ◽  
Author(s):  
Danny Mattens
Keyword(s):  

In 1993 schreef Lode Hoste in zijn reeks over het Gentse gezelschapsleven in GT (jg. 22, p. 33) dat de paardenkoersen van Sint-Denijs-Westrem tegen het einde van de jaren 1800 concurrentie kregen van de hippodroom Westveld te Sint-Amandsberg. Dat laatste koersplein dat veel minder bekend is, werd (met flink wat overdrijving) het Vlaamse Ascot genoemd.



Author(s):  
Daniel Lievois
Keyword(s):  

Het Gravensteen werd archeologisch en architecturaal grondig onderzocht en wordt druk bezocht door Gentenaren en toeristen die in het imposante kasteel meerdere stappen in de tijd terugzetten. Over het leven in het kasteel is er veel minder bekend, hoewel er heel wat omging. Verblijf van de graven van Vlaanderen (tot de 14de eeuw), zetel van de Raad van Vlaanderen, het 5 hoogste gerechtsorgaan in het graafschap (vanaf 1407}, zetel en gerechtsgebouw van de kasselrij van de Oudburg (vanaf 1559}, kortom één van de places to be in Vlaanderen, behalve dan natuurlijk in de gevangenis, waar degedetineerden van de Raad van Vlaanderen en later ook die van de Oudburg in bewaring werden gegeven.Waar was de gevangenis gelegen en hoe zag ze eruit? Hoe verliep het dagelijkse leven van de gevangen en de cipiers ? Daarover laten de bezoekers aan het Gravensteen hun wildste fantasie haar gang gaan. De kennis hierover is immers lacunair. In deze bijdrage wordt gepoogd daaraan ten dele tegemoet te komen. De theorie van hoe het er zou moeten aan toegaan wordt gekoppeld aan een aantal feiten en gebeurtenissen die illustreren hoe het er werkelijk aan toe ging.



Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document