jaar geleden
Recently Published Documents


TOTAL DOCUMENTS

114
(FIVE YEARS 4)

H-INDEX

2
(FIVE YEARS 0)

De Psychiater ◽  
2021 ◽  
Vol 28 (7) ◽  
pp. 8-10
Author(s):  
Marieke de Lorijn
Keyword(s):  


2021 ◽  
Vol 136 (2) ◽  
pp. 102-111
Author(s):  
Karel Davids

Kennisgeschiedenis is in de BMGN nu beter vertegenwoordigd dan dertig jaar geleden. Dat betekent niet dat de toenadering tussen kennisgeschiedenis en algemene geschiedenis in dit tijdschrift al volledig is geslaagd, en evenmin dat alle beschikbare kansen zijn benut. Kennisgeschiedenis is in de BMGN geen mainstream geworden, zo wordt in deze bijdrage betoogd, en de toenadering komt tot nu toe vooral van één kant. De mogelijkheden voor kennishistorisch onderzoek over nationale grenzen heen worden bovendien maar mondjesmaat verkend. De meeste artikelen blijven immers tot één helft van de Lage Landen beperkt. Aan de hand van verschillende voorbeelden wordt geïllustreerd welke interessante connecties en belangwekkende vergelijkingen tussen Noord en Zuid zouden kunnen worden onderzocht. De BMGN zou dus voor de kennisgeschiedenis meer kunnen betekenen dan zij in de afgelopen halve eeuw heeft gedaan. History of knowledge is better represented at the BMGN nowadays than it was thirty years ago. This does not mean that a complete rapprochement between history of knowledge and general history has been accomplished in this journal, nor have all available opportunities been explored. History of knowledge has not become a mainstream school of thought in the BMGN, as is argued in this contribution, and to date the effort at rapprochement has been largely one-sided. Moreover, opportunities for research on history of knowledge beyond national borders are explored in very limited measure. After all, most articles continue to address only one half of the Low Countries. Various examples are presented here to illustrate which interesting connections and impressive comparisons could be examined between North and South. The BMGN could thus have done more to promote history of knowledge than it has in the past half century.



2021 ◽  
Vol 136 (1) ◽  
pp. 4-32
Author(s):  
Jon Verriet

In the second half of the twentieth century, advice on healthy living became pervasive in Western societies. While scholars have shown how the output of health educators echoed scientific consensus and ideas about ‘good citizenship’, the impact of their interactions with government and food industry representatives, and especially their complicated relationship with audiences, remains underexplored. This article centres the experiences of the staff of the Dutch Nutrition Education Bureau – now known as the Centre for Nutrition (Voedingscentrum) – by examining health educators’ own observations about the efficacy of their work. Using sources such as internal guidelines, surveys, minutes of meetings, and annual reports, it demonstrates how the bureau struggled to position itself towards government ministries and commercial parties. Furthermore, it shows how unsuccessful attempts to reach the general population frustrated educators, and proposes that these struggles partially explain the transformation of the bureau’s lifestyle advice in the 1970s into a ‘healthist’ narrative about the responsibility of individuals. Hence, by analysing the complex interactions between health educators and other actors – in particular their audience – this article sheds light on the historical development of the genre of lifestyle advice.Actualiteitsparagraaf ‘Je moet het zelf maar (w)eten’? Hoe het Nederlandse Voorlichtingsbureau voor de Voeding de strijd tegen ‘overgewicht’ verloorNet als in 2017 zal het toekomstige nieuwe regeerakkoord ongetwijfeld een passage over ‘overgewicht’ bevatten. Zeventig jaar geleden zag het Voorlichtingsbureau voor de Voeding, de voorloper van het huidige Voedingscentrum, de bui al hangen. De steeds dikker wordende Nederlander, zo waarschuwde dit Bureau al in de jaren vijftig, bracht de volksgezondheid in gevaar. In een artikel in BMGN – Low Countries Historical Review 136 (1) laat Jon Verriet zien hoe het Voorlichtingsbureau voor de Voeding met miljoenen folders en gelikte filmpjes het tij in dit vroege stadium probeerde te keren. Uit archiefstukken blijkt echter hoe de voorlichters van dit Bureau, zelfs met hun alom bekende Schijf van Vijf, de Nederlandse burger maar moeizaam wisten te bereiken, mede door het gebrek aan steun vanuit het kabinet en de tegenwerking van de oppermachtige voedselindustrie. Het artikel volgt de groeiende frustratie van het enigszins hautaine Bureau (‘Waarom doet men niet zoals men wordt voorgelicht?’), en laat zien hoe de voorlichters in de jaren zeventig de strijd in zekere mate opgaven. Vanaf dat moment werd een gezonde levensstijl steeds vaker gepresenteerd als de verantwoordelijkheid van de burger zelf – een visie op gezondheid en ‘overgewicht’ waarmee we ook anno 2021 maar al te zeer bekend zijn.



Author(s):  
L. Craeghs ◽  
B. Bechter-Hugl ◽  
S. Thomas ◽  
I. Fourneau

Symptomatische varices hebben een negatieve invloed op de levenskwaliteit van patiënten. Radiofrequente ablatie (RFA) is een endoveneuze behandelingsmethode waarbij varices worden dichtgeschroeid. Het doel van deze studie is om de tevredenheid en de patiënt-gerapporteerde levenskwaliteit te onderzoeken meer dan een jaar na RFA van de vena saphena magna (VSM). Een vragenlijst werd gestuurd naar 200 patiënten die een tot twee jaar geleden behandeld werden met RFA van de VSM in UZ Leuven. De gegevens werden verwerkt in SPSS Statistics 24. 98 van de 200 patiënten (49%) namen deel aan de studie. Van de patiënten was 80,4% (78/97) tevreden en zou 95,8% (92/96) opnieuw voor RFA kiezen. Het zelfbeeld was bij 58,2% (57/98) beter en de algemene gezondheid was bij 29,6% (29/98) beter dan voor de ingreep. Meer dan een jaar na de ingreep had 57,4% (54/94) geen recidieven of nieuwe varices. Ontevredenheid was frequenter bij patiënten met een flebologische voorgeschiedenis, bij patiënten met recidieven of veneuze symptomen en bij patiënten met een postoperatief hematoom. RFA van de VSM leidt tot tevredenheid bij patiënten die deelnamen aan deze studie en heeft een positieve invloed op het zelfbeeld en op de ziektegerelateerde symptomen meer dan een jaar na de ingreep.



2020 ◽  
Vol 48 (1) ◽  
Keyword(s):  

Al een paar jaar geleden stelde Mark Deuze dat we niet mét de media, maar ín de media leven. Zeggen dat we mét media leven wekt immers de indruk dat we ook zonder kunnen en dat is een illusie, zo legt de hoogleraar Mediastudies uit in zijn boek Media life. Omdat het menselijk leven zo verweven is geraakt met media is deze onderlinge interactie tussen mens, media en maatschappij niet altijd meer zichtbaar. Net zoals een vis zich niet bewust is van het water om zich heen, zijn mensen niet (altijd) bewust van de onderlinge relaties tussen media, mens en maatschappij. Met het samenstellen van dit eerste nummer van 2020 moest ik aan het werk van Mark Deuze denken. We leven ín de media, ook als dit niet altijd even zichtbaar is.



2020 ◽  
Vol 36 (1) ◽  
Author(s):  
Anne Megens
Keyword(s):  

'Vind je mij een balanstrutje?' vroeg vriendin Lise. Ze wees naar het whiteboard in de keuken waarop de gezinsagenda is uitgetekend, compleet met labels, markers en uitroeptekens ('Tandartsafspraak verzetten!!') Lise vertelde dat het zo'n twee jaar geleden begon, toen haar zoontje geboren werd. Eerst konden ze nog wel toe met een haastig gekrabbeld lijstje op de koelkast, maar toen zij en vriend E. beiden weer aan het werk gingen – zij drie dagen als docent, hij vier dagen als onderzoeker –, ze een tweede kindje kregen en de gezondheid van de ouders van E. verslechterde, moest er een serieuze gezinsplanning komen. Zo had ze het zichzelf niet voorgesteld, toen ze als begin twintiger ambitieus de arbeidsmarkt opvloog. En nu kreeg ze van Zakenvrouw van het Jaar Elske Doets te horen dat vrouwen die niet full-time werken balanstrutjes zijn.



2019 ◽  
Author(s):  
Gjalt - Jorn Ygram Peters
Keyword(s):  

Het Trimbos Instituut publiceerde onlangs een blog post waarin ze afsluit met "Is er sprake van ‘normalisering’ van drugsgebruik? Als de vraag is 'Worden er door meer mainstream uitgaande jongeren en jongvolwassene tussen de 18 en 35 jaar meer partydrugs gebruikt (zoals ecstasy) en/of is het gewoner voor hen om over drugs te praten dan ongeveer 10 tot 15 jaar geleden?', dan durven we die vraag wel met ja te beantwoorden." Tegelijkertijd bespreek ik deze zelfde kwestie in een Nederlandstalig artikel, waar ik concludeer "Voor nu lijkt er dus de meeste gezondheidswinst te behalen door de aandacht te richten op degenen die uitgaandrugs frequent gebruiken, intensief gebruiken, of veelvuldig combineren. Hoewel er in deze groep zeker nog ruimte is voor verbetering, is angst voor 'normalisering' niet gerechtvaardigd. Uitgaandrugs zijn niet meer weg te denken, maar er is geen evidentie dat dit bijzonder schadelijk is voor de samenleving of dat gebruik toe lijkt te nemen." Hoe zijn deze uiteenlopende conclusies mogelijk? In deze bijdrage zal ik de blog post van het Trimbos Instituut bespreken om te laten zien waarom hun conclusie niet in lijn is met de data.



2019 ◽  
Vol 35 (3) ◽  
Author(s):  
Frank Pot

In elke periode van grote technologische en organisatorische veranderingen komt de vraag op hoe die ogenschijnlijk autonome ontwikkelingen beïnvloed kunnen worden door de betrokkenen om kansen te benutten en risico's te verkleinen. Dat was zo bij de mechanisering en de fabrieks- en kantoororganisatie van ruim honderd jaar geleden, bij de automatisering in de jaren zestig, de micro-elektronica en robots in de jaren tachtig en nu weer bij de digitalisering, kunstmatige intelligentie en het Internet of Things. Hoe hebben sociale partners en overheid in het verleden geprobeerd de vormgeving van arbeid en technologie te beïnvloeden en hoe succesvol waren zij daarin? Directe beïnvloeding op organisatieniveau door werknemers en vakbonden is zelden gelukt, ondanks diverse pogingen. Wel succesvol waren ze in het bewaken van de randvoorwaarden van vernieuwing van arbeid en technologie, zoals werkgelegenheid, functiewaardering, werk- en rusttijden, kwaliteit van de arbeid, veiligheid en gezondheid. De overheid deed dat door wetgeving over sociale zekerheid, medezeggenschap en arbeidsomstandigheden, met subsidies voor het MKB en met onderzoek. In de huidige tijd leidt de discussie over nieuwe technologieën bij sociale partners en overheid ook tot nieuwe initiatieven op het gebied van sociale innovatie.



2019 ◽  
Vol 93 (1/2) ◽  
pp. 15-25 ◽  
Author(s):  
Peter Eimers ◽  
Arjan Brouwer ◽  
Henk Langendijk
Keyword(s):  

Na de introductie van de uitgebreide controleverklaring in 2014 hebben wij twee jaar geleden een onderzoek uitgevoerd naar de uitgebreide controleverklaring bij de Nederlandse AEX- en Midkapfondsen over 2015 (Brouwer et al. 2016). Daarin kwamen het aantal en aard van de daarin opgenomen kernpunten aan de orde, alsmede de relatie met de genoemde risico’s in het bestuursverslag en de kritische grondslagen en schattingen zoals verwoord door het bestuur in de toelichting van de jaarrekening. In het huidige vervolgonderzoek hebben wij ons gericht op de ontwikkeling van de kernpunten in de tijd ten opzichte van 2015. De uitgebreide controleverklaring is door stakeholders positief ontvangen, maar zij hebben ook specifieke wensen geuit ten aanzien van de inhoud. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan resultaten, observaties en conclusies per kernpunt, alsook een introductie van kernpunten waarin de accountant uiteenzet waarom kernpunten van voorgaand jaar niet meer als kernpunt worden gezien (VEB 2017; Eumedion 2017). In de tussenliggende periode hebben de ondernemingen daarnaast ontwikkelingen in hun activiteiten, systemen en processen doorgemaakt en ook is er in een aantal gevallen sprake van een accountantswissel als gevolg van de verplichte kantoorroulatie. Daarom hebben wij de 44 fondsen die wij over 2015 hebben onderzocht over 2017 nogmaals de revue laten passeren. Komen dezelfde kernpunten na een paar jaar nog steeds terug? Worden ze anders geformuleerd? Kiest een opvolgend accountant voor andere kernpunten? Hebben accountants gehoor gegeven aan de wensen van stakeholders? Uit ons empirisch onderzoek blijkt dat de (formulering van) kernpunten verder ontwikkeld is en accountants responsief zijn geweest op signalen van beleggers over de informatiewaarde van hun controleverklaringen. Van de onderzochte controleverklaringen heeft 90% inmiddels bijvoorbeeld observaties en conclusies per kernpunt gegeven en wordt uitgelegd waarom kernpunten van vorig boekjaar niet meer van toepassing zijn. Opvallend is dat de belastingpositie als kernpunt fors in frequentie is gedaald tussen 2015 en 2017. Dit geldt ook voor de eerstejaarscontrole. Voor het overige zijn de gekozen kernpunten qua frequentie relatief stabiel tussen 2015 en 2017.



2019 ◽  
Vol 15 (3) ◽  
pp. 18-19
Author(s):  
René Verhoeff
Keyword(s):  

Als je twintig jaar geleden aan een stadsbestuur of een Kamer van Koophandel vertelde dat een stad zou moeten investeren in een balletgezelschap in plaats van het in leven houden van de lokale scheepsbouw of staalindustrie, kreeg je waarschijnlijk hoongelach en onbegrip als respons. Toch geldt Birmingham anno 1999 als één van de schoolvoorbeelden van een stad met een nieuw leven door kunst en cultuur.



Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document